(2/4) Lijfelijk contact schept een band

Minimaal twee keer per week ben ik van 9.00 tot 12.00 uur in het ziekenhuis om te masseren. Herkenbaar aan mijn lichtblauwe jas voorzien van badge met mijn naam en functie ga ik -na overleg met verpleegkundigen en de afdelingssecretaresse- aan de slag. Ik kan zoveel bijzondere verhalen vertellen. Het lijfelijk contact met mensen schept al snel een band. Zo werd ik gevraagd een terminale man te masseren. Hij lag in elkaar gedoken van de pijn, zijn lichaam was helemaal gespannen. Na de massage lag hij heerlijk ontspannen in bed. Dat geeft zoveel voldoening. Ook kwam ik bij een dementerende dame die niet wilde eten. Terwijl ik haar handen masseerde ontspande ze. De verpleegkundige gaf haar ondertussen pap, voordat we er erg in hadden had ze het op.



De massages kunnen ook helpen bij de behandeling. Als een patiënt moeilijk te prikken is word ik gevraagd een handmassage te geven, de doorbloeding in de aderen wordt beter, zodat het prikken later vanzelf gaat. Voetmassages zorgden er al meerdere keren voor dat een patiënt het lukte weer op de been te komen. Een ander verhaal dat ik nooit zal vergeten was van een terminale patiënt die in Indië had gediend. Nooit had hij gesproken over zijn ervaringen daar. Toen ik bij hem ging zitten om een massage te geven zei hij dat hij één keer in zijn leven toch dit verhaal wilde vertellen, of hij dat aan mij mocht doen. Dat was heel speciaal en zal ik mijn hele leven niet vergeten. Ik voel me dan zo bevoorrecht. Maar natuurlijk kunnen ontmoetingen ook aangrijpend zijn. Gelukkig kan ik dan mijn ei kwijt bij de verpleegkundigen of mijn collega-vrijwilligers.”



Fotografie Jos Janssen


1 view0 comments

Recent Posts

See All